Strijken

Minder of niet strijken:
- Hang de was gelijk op als de wasmachine klaar is.
- "Klapper" de was; kledingstukken even uitkloppen/opschudden voordat je ze ophangt.
- Doe de was 3 tot 5 minuten in de droger voordat je hem ophangt.
- Laat was in de wind wapperen.
- Centrifugeer op een lager toerental; er ontstaan minder vouwen en doordat de kleding minder droog is trekken de vouwen er sneller uit als je uithangt.
- Koop strijkvrije overhemden.
- Doe overhemden nat aan een kledinghaakje en laat drogen.
- Was kleding, met name broeken, binnenstebuiten. De scherpte van een eventuele kreuk zit dan aan de binnenkant.

Strijktips
- Strijk als de was nog niet helemaal droog is.
- Gebruik een waterverstuiver (plantenspuit) om de was te bevochtigen.
- Glimplekken door het strijken kun je voorkomen door een katoenen lap ertussen te leggen en niet te hard te persen. Maak de katoenen lap vochtig om al aanwezige glimplekken op te heffen.
- Kwetsbare stoffen aan de binnenzijde strijken.
- Spray je favoriete luchtje op de strijkplank of doe het door het water in de plantenspuit.

Schoonmaken strijkijzer
- Poetsen met tandpasta.
- Paar uur op een met azijn bevochtigde doek zetten en daarna schoonwrijven.