Borstvoeding

Pasgeboren baby's hebben een enorme hap- en zuigreflex en als je niets anders aanbiedt dan je borst gaat het meestal wel goed. Houd de baby de eerste dagen dicht bij je in de buurt en leg hem zo vaak aan de borst als je denkt dat nodig is. Iedere baby, en iedere borst is weer anders. Je komt vanzelf in een ritme.

Een borstontsteking wordt meestal veroorzaakt door een verstopt melkkliertje. Dat is een steriele ontsteking en antibiotica is dan niet nodig. Voorkom dat melkkliertjes verstoppen door geen knellende kleding te dragen en de borst steeds volledig leeg te laten drinken.

Stuwing en ontstoken borsten kun je koelen met witte koolbladeren op je borsten. Ze hebben de goede vorm en je kunt ze in je BH doen. Of smeer ze in met kwark of leg er ijscompressen op. Gebruik geen coolgel of etherische olie, dat ruikt te sterk.

Tepelkloven gedijen in een vochtig klimaat. Smeer ze na het drinken in met een restje moedermelk of kamillethee en laat de de tepels daarna drogen. Tussen het drinken door zoveel mogelijk droog houden en niet afsluiten met vochtige zoogcompressen.

Spruw, witte vlekjes in de babymond veroorzaakt door een schimmel, gaat meestal vanzelf over. Zorg voor een goede hygi├źne en dep de tepels en het mondje na het drinken met afgekoelde kamillethee. Bij een wat oudere baby kun je appelazijn i.p.v. kamillethee proberen. Ga naar de huisarts als een baby minder goed drinkt door spruw of er erg veel last van lijkt te hebben.

Om te onthouden welke borst aan de beurt is kun je een armbandje gebruiken. Doe het armbandje consequent na een voeding aan de borstzijde waar de baby de volgende voeding moet beginnen.

Tepelhoedjes alleen op advies van een arts of lactatiedeskundige gebruiken. Bijvoorbeeld als je tepel niet hard wordt, bij ernstige tepelkloven of als de baby niet goed kan zuigen.

De eerste weken kun je beter geen flesje of fopspeen geven aan een baby die borstvoeding krijgt, om tepel-speenverwarring te voorkomen. Doch na een week of 4, voordat de zuigreflex is verdwenen, moet je beginnen met af en toe een flesje (afgekolfde melk) aan te bieden en dat met enige regelmaat te herhalen om te voorkomen dat je een flesweigeraar krijgt.