Appelazijn

Van valappeltjes, schillen, klokhuizen of een hele appel kan azijn gemaakt worden. Neem zo rijp mogelijk fruit, daarin is het suikergehalte het hoogst. Bij voorkeur onbespoten.

Was het fruit met lauwwarm water, haal rotte plekjes weg en snijdt in kleine stukjes. Doe in een hoge glazen pot en giet er water bij totdat de stukjes helemaal onder water staan. Leg een schoteltje of iets anders met gewicht bovenop zodat de stukjes onder water blijven. Span een doek met elastiek over de pot zodat vuil en fruitvliegjes er niet in kunnen.

Wegzetten op kamertemperatuur, niet in de zon. De boel gaat gisten en borrelen. Bovenop ontstaat een meestal witte, wat slijmerige drab; de azijnmoer. Na circa 2 weken (afhankelijk van de soort appel en temperatuur) is de boel uitgeborreld en ruik je een duidelijke azijnlucht. Filter de prut en bewaar de vloeistof in een fles.

Soms ontstaan er na verloop van tijd nog bezinkels. Dit kan geen kwaad. Eventueel kun je de vloeistof voorzichtig overhevelen naar een andere fles.

Ruik je schimmellucht nadat de boel uitgeborreld is? Dan is er waarschijnlijk een rot plekje op de appel blijven zitten en is de vloeistof niet bruikbaar.

Appelazijn is dankzij de fruitzuren een gewild middeltje bij kwaaltjes als blaasontsteking, roos en voetschimmel.

Je kunt dit ook met peren of druiven doen.

Klik hier voor een foto-reportage.